Translation glossary: NL-NL (Flemish to Dutch)

Creator:
Filter
Reset
Showing entries 401-450 of 2,886
« Prev Next »
 
civiele lijstjaargeld van de koning 
Flemish to Dutch
coöperatievecooperatie 
Flemish to Dutch
cocaïnetrafiekcocaïnehandel 
Flemish to Dutch
cocaïnetrafikantcocaïnehandelaar 
Flemish to Dutch
COIV, Centraal Orgaan voor de Inbeslagneming en de VerbeurdverklaringBelgische tegenhanger van het BOOM, Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie 
Flemish to Dutch
collaboratiemedewerking 
Flemish to Dutch
collaboratief (BE & EU)samenwerkings-, in samenwerkingsverband (work in progress) 
Flemish to Dutch
collocatietoewijzing (van gelden) 
Flemish to Dutch
collocatiegedwongen opname in een psychiatrisch ziekenhuis, inbewaringstelling 
Flemish to Dutch
commerçanthandelaar (soms pej.) 
Flemish to Dutch
commercehandel, handelszaak, zaak 
Flemish to Dutch
communautair contentieuxbetrekkingen/onenigheid tussen de Gemeenschappen (in België) 
Flemish to Dutch
communautair contentieuxtwistpunt(en) tussen Vlamingen en Walen 
Flemish to Dutch
compensatiekasfonds voor de kinderbijslag 
Flemish to Dutch
concertoconcert 
Flemish to Dutch
concurrentiepoolconcurrentiecluster 
Flemish to Dutch
confituurjam 
Flemish to Dutch
conjunctuurgezuiverd (BE & EU)voor de conjunctuur geschoond, voor de conjunctuur gecorrigeerd 
Flemish to Dutch
conservendoosconservenblik, blik 
Flemish to Dutch
constatatieconstatering 
Flemish to Dutch
contacteren (BE & EU)contact opnemen, in contact treden, contact(en) leggen, zich in verbinding stellen (met), zich wenden tot, schrijven, opbellen, opzoeken, contacten 
Flemish to Dutch
contentementtevredenheid 
Flemish to Dutch
contentieuxgeheel van (juridische) geschillen 
Flemish to Dutch
contesterenbetwisten, bestrijden 
Flemish to Dutch
counteren (geen sportterm)bestrijden, tegenspreken, tegenwerpen, tegenwerken, reageren op, weerleggen 
Flemish to Dutch
crème fraîcheslagroom 
Flemish to Dutch
creatieve middenscreatieve kringen 
Flemish to Dutch
crisetteminicrisis, crisisje, kleine crisis 
Flemish to Dutch
croque, croque-madame, croque-monsieurtosti 
Flemish to Dutch
croque-monsieur-machinetosti-ijzer 
Flemish to Dutch
cuberdon, neus( snoepgoed in de vorm van een neus ) 
Flemish to Dutch
culpabiliserenin een kwaad daglicht stellen, van iets de schuld geven 
Flemish to Dutch
culturocultuurliefhebber 
Flemish to Dutch
cumulardiemand met meerdere baantjes 
Flemish to Dutch
cumulereneen bepaald ambt of functie combineren met een ander ambt, verschillende ambten gelijktijdig uitoefenen 
Flemish to Dutch
cumulverbodverbod om taken, ambten, subisides. enz. te combineren 
Flemish to Dutch
curieusnieuwsgierig 
Flemish to Dutch
curieuze neuzen(work in progress) 
Flemish to Dutch
curieuzeneus, curieuzeneuzemosterdpot, nieuwsgierigaardnieuwsgierig iemand, nieuwsgierig aagje 
Flemish to Dutch
cutterbreekmes, stanleymes 
Flemish to Dutch
cuttermesbreekmes, stanleymes 
Flemish to Dutch
daar komen vodden vandaar komt ruzie van, daar komt narigheid van 
Flemish to Dutch
daarmeedaarom 
Flemish to Dutch
dadastokpaardje, hobby, liefhebberij 
Flemish to Dutch
dag op dagop de dag af 
Flemish to Dutch
dag op dag x jaar geledenop de dag af x jaar geleden, precies x jaar geleden 
Flemish to Dutch
dagdagelijk (adj.)daags, dagelijks, doordeweeks, allergewoonst 
Flemish to Dutch
dagdagelijks (BE & EU)daags, dagelijks, doordeweeks, allergewoonst, routine- 
Flemish to Dutch
daimsuède 
Flemish to Dutch
daim, daine (adj.)suède 
Flemish to Dutch
« Prev Next »

Your current localization setting

English

Select a language

All of ProZ.com
  • All of ProZ.com
  • Term search
  • Jobs
  • Forums
  • Multiple search