Translation glossary: NL-NL (Flemish to Dutch)

Creator:
Filter
Reset
Showing entries 51-100 of 2,886
« Prev Next »
 
aanleunen bij, dicht/nauw aanleunen bij (tegen)aansluiten bij, overeenkomst vertonen met 
Flemish to Dutch
aanschuiven (BE & EU)in de rij staan, in de file staan 
Flemish to Dutch
aanslepen (sleepte aan, aangesleept) (BE & EU)aanhouden, voortduren 
Flemish to Dutch
aanslepend (BE & EU)aanhoudend 
Flemish to Dutch
aanstiplijst (BE & EU)checklist 
Flemish to Dutch
aanstippen(BE & EU)noemen, opmerken, toelichten, verklaren, vermelden 
Flemish to Dutch
aantal te presteren uren (BE & EU)aantal werkuren 
Flemish to Dutch
aantasting van de bossen (BE & EU)bosdegradatie 
Flemish to Dutch
aanvatten (BE & EU)aanvangen, beginnen, een begin maken met 
Flemish to Dutch
aanwerven (BE & EU)aannemen, aantrekken, in dienst nemen, werven, zoeken 
Flemish to Dutch
aanwervingsmaatregelen (voor)maatregelen voor indienstneming (van) 
Flemish to Dutch
aanwervingsstopvacaturestop, personeelsstop 
Flemish to Dutch
aanwervingssubsidieindienstnemingssubsidie 
Flemish to Dutch
aanwezigheidslijstpresentielijst 
Flemish to Dutch
aanwezigheidslijstpresentielijst 
Flemish to Dutch
aardappelbloem, patattenbloemaardappelmeel, aardappelzetmeel 
Flemish to Dutch
aardgasbedeling, gasbedelingaardgasvoorziening, gasvoorziening 
Flemish to Dutch
aardigeigenaardig, raar, vreemd, zonderling, duizelig, misselijk, onpasselijk, ongesteld 
Flemish to Dutch
aardig watnogal wat, vrij veel 
Flemish to Dutch
academicus, academicauniversiteitsmedewerker, docent, onderzoeker (aan een universiteit) 
Flemish to Dutch
academiejaar (BE & EU)academisch jaar, universitair jaar 
Flemish to Dutch
academiekunstenaaracademische kunstenaar 
Flemish to Dutch
academisch gerichte bacheloropleidingwo-bacheloropleiding 
Flemish to Dutch
accusatiefaccusativus 
Flemish to Dutch
achter iets vrageniets vragen, naar iets informeren 
Flemish to Dutch
achteraan spelen (bij balspelen)in de verdediging spelen 
Flemish to Dutch
achterkeukenbijkeuken, achterkamertje 
Flemish to Dutch
acteren (overg.)akte nemen van, noteren 
Flemish to Dutch
activeren (mbt. mobiele telefoons)aansluiten op een netwerk 
Flemish to Dutch
activiteitsgraadbruto-arbeidsparticipatie, bruto-arbeidsdeelname 
Flemish to Dutch
actuaactualiteiten 
Flemish to Dutch
actuamagazineactualiteitenmagazine 
Flemish to Dutch
actuaprogrammaactualiteitenprogramma 
Flemish to Dutch
afbiedenafdingen, afpingelen, pingelen 
Flemish to English
afblokkenbelemmeren 
Flemish to Dutch
afdeling intensieve zorgenafdeling Intensive Care (IC), afdeling intensieve verzorging, afdeling intensieve zorg 
Flemish to Dutch
afdreigenbedreigen 
Flemish to Dutch
afklokken opuitklokken, de teller is blijven staan op 
Flemish to Dutch
afkomenkomen, langskomen, op bezoek komen, eraan komen, naar iemand toegaan 
Flemish to Dutch
afkuisenafvegen, reinigen, schoonmaken 
Flemish to Dutch
aflezenoplezen 
Flemish to Dutch
afprintenprinten, afdrukken 
Flemish to Dutch
afscheidsdrinkafscheidsborrel 
Flemish to Dutch
afsmakeneen sterke, lekkere smaak hebben 
Flemish to Dutch
afsnokkenafrukken 
Flemish to Dutch
Afspraak [dag] om [...] uurWe zien elkaar [dag] om [...] uur 
Flemish to Dutch
aftrekkerflesopener, kurkentrekker 
Flemish to Dutch
aftrekkertrekker, vloertrekker, vloerwisser 
Flemish to Dutch
afvallingskoers, afvallingsrace, afvallingswedstrijdafvalkoers, afvalrace, afvalwedstrijd 
Flemish to Dutch
afwezigheidslijstabsentenlijst, absentielijst, lijst van absenten 
Flemish to Dutch
« Prev Next »

Your current localization setting

English

Select a language

All of ProZ.com
  • All of ProZ.com
  • Term search
  • Jobs
  • Forums
  • Multiple search